Door-, op- en afstroom normen
Algemene bepalingen
- Welke docenten vormen de overgangsvergadering?
De vergadering van docenten die lesgeven aan de leerling, bevoegd is tot het bevorderen of afwijzen van een leerling c.q. tot het geven van een al dan niet bindend advies.
- Welke cijfers worden bij de overgang betrokken?
De leerling krijgt in een schooljaar 4 ( leerjaar 1 en 2) of 2 (leerjaar 3 en 4) rapporten. Elk rapport geeft per vak het gemiddelde van alle cijfers die behaald vanaf het begin van het schooljaar. Bevordering vindt plaats op grond van het vierde ( leerjaar 1 en 2) en/of tweede rapport (leerjaar 3 en 4). Hierbij worden de cijfers afgerond op één cijfer achter de komma. Een cijfer van 5,5 en hoger is een voldoende.
- Welke regels gelden bij het voor de tweede keer doubleren in hetzelfde leerjaar?
Over het algemeen is doubleren (zittenblijven) geen optie. Alleen in bijzondere gevallen krijgt een leerling de mogelijkheid een jaar over te doen.
- Welke regels gelden bij het doubleren in opeenvolgende leerjaren?
Een leerling kan niet in twee opeenvolgende leerjaren blijven zitten.
- Welke regels gelden in bijzondere gevallen?
In bijzondere gevallen kan de docentenvergadering in het belang van de leerling afwijken van de hieronder vermelde normering.
- Welke status hebben de besluiten van de docentenvergadering (overgangsvergadering)?
De besluiten van de docentenvergadering zijn bindend. Gedurende het schooljaar krijgen ouders en leerlingen een bindend besluit vanuit de deelschool wat betreft op- of afstroom. Een uitzondering op dit bindend besluit wordt gemaakt in het geval van opstromen. Bij opstroom wordt het besluit voorgelegd aan de leerling/ouders en is dit dus niet bindend.
- Kan een leerling/ouder in beroep gaan tegen een beslissing van de rapportenvergadering?
Een leerling of – in geval van minderjarigheid – diens ouder kan volgens het Reglement Overgangsnormen bij de directeur in beroep gaan tegen een beslissing van de rapportenvergadering m.b.t. de bevordering van de leerling. In het bestand aan de rechterzijde is de procedure hiervoor beschreven.
- Tot wanneer kan een leerling van niveau veranderen?
Gedurende de schoolcarrière van een leerling kan de leerling tot begin leerjaar 3 van niveau veranderen en bij uitzondering.
- Wat verstaat men onder tekortpunten?
Het tekort is de som van de verschillen, uitgedrukt in een heel getal, tussen het cijfer 6 en de afgeronde onvoldoenden. Dus het cijfer 5 levert één tekort op en het cijfer 4 levert twee te korten op. Een leerling met een cijfer 4 en een cijfer 5 heeft dus drie tekorten.
Overgangsnormen
Gedurende het schooljaar krijgen ouders en leerlingen een bindend advies vanuit de deelschool wat betreft op- of afstroom. De school baseert het bindend advies op behaalde resultaten volgens onderstaande norm:
- Een 5 is één tekort,
- Een 4 of tweemaal een 5 zijn twee tekorten,
- Drie tekorten zijn bv. één 4 en één 5, drie maal een 5 of één 3.
Gemiddelde: is het gemiddelde cijfer van alle vakken waarvoor een cijfer wordt gegeven.
Leerjaar 1 en 2
Opstroomnorm voor basis-, kader en gl-leerlingen.
Een leerling komt voor opstroom in aanmerking als hij/zij:
- voor alle vakken samen gemiddeld tenminste een 8 staat,
- en voor Nederlands, Engels en wiskunde elk tenminste een 8 staat.
Afstroomnorm van kader naar basis en van gl naar kader.
Een leerling komt voor afstroom in aanmerking wanneer hij/zij op k- of gl-niveau:
- meer dan 3 tekorten heeft,
- Het moment van afstromen vindt plaats meteen na rapport 2 en bij de overgang van klas 1 naar klas 2. In klas 2 vindt dit plaats bij de overgang van klas 2 naar klas 3.Het op- en afstromen is daarna definitief voor de resterende schooltijd op YnSicht.
Doorstroomnorm voor basis, kader en gl-leerlingen bij de overgang van klas 1 naar 2 en 3.
Een leerling kan doorstromen wanneer hij/zij:
- op b-, k- en gl-niveau maximaal 2 tekorten heeft,
- en voor alle vakken samen gemiddeld tenminste (afgerond) een 6 staat.
- Observatiekenmerken tellen mee bij de overgang. De observatiekenmerken staan op het rapport en tellen mee bij bespreekgevallen waarbij de leerling niet voldoet aan de doorstroomnorm.